Lou Vielh Ostal
Over Conques-sur-Orbiel
    terug naar 'De Streek' Over de omgeving

Home

 
Conques telt ongeveer 2.700 inwoners; groot genoeg om zijn eigen faciliteiten te hebben (winkels, postkantoor, bank, gezondheidscentrum). De bevolking bestaat voor ongeveer de helft uit forenzen, de andere helft is landarbeider. De belangrijkste bron van inkomsten is de landbouw, in het bijzonder de wijnbouw. De Cave Coöperative is de grootste werkgever van het dorp.

Het dorp kende drie bouwfasen: de middeleeuwse vesting, de 17e-eeuwse uitbreiding ten noorden daarvan en de 20e-eeuwse 'buitenwijken' (lotissements).

Belangrijkste bezienswaardigheden zijn de parochiekerk Saint-Michel (14e eeuw), de kapel Notre-Dame-de-la-Gardie (13e eeuw) en de resten van de 13e en 16e eeuwse muren.

EGLISE SAINT MICHEL
Geschiedenis van Conques

5000 v.C.  - 124 v.C. De oudste tekenen van bewoning in het gebied dateren uit 5000 vóór Christus. Ze zijn gevonden in een grot op het terrein van het wijnlandgoed Font Juvénal, ten noordwesten van Conques. Van de Iberiërs uit die tijd zijn in het dorp weinig resten teruggevonden. Nadat de Kelten rond 600 vóór Christus de streek zijn binnengetrokken, wordt ten noorden van Conques een oppidum aangelegd: het Oppidum de Ste. Colombe. Dit is een versterkt dorp op een heuveltop en maakt deel uit van een hele serie oppida die de Middelllandse Zee met de Atlantische Oceaan verbinden. Zij zijn onderdeel van de Tin-route van Engeland naar Italië. Uit de Griekse tijd zijn geen vondsten bekend; ook al hebben zij wel handelscontacten zo ver landinwaards, hun nederzettingen bevinden zich allemaal aan de kust. Wel gebruiken de Grieken de Aude (Atax) als handelsroute.

124 v.C - 420 n.C. Nadat de streek rondom Conques in 124 vóór Christus wordt veroverd door de Romeinen komen er in de streek veel Romeinse villa's van veteranen te staan. Aan deze ontwikkeling danken veel dorpen in de buurt hun naam: Villegailhenc, Villegly en Villalier. Binnen de gemeente Conques zijn resten van villa' s gevonden bij de landhuizen St. Rome, La Pomme en Jouclary. Langs de heuvels ten westen van Conques loopt een aquaduct dat de stad Julia Carcaso (Carcassonne) van water voorziet. Start wijnbouw.

420 - 1000 De Romeinen worden verdreven door de Visigoten, die proberen de Romeinse infrastructuur in stand te houden. Na de Slag bij Vouillé wordt de streek rond Carcassonne grensgebied; de stadsmuren van de Cité, in oorsprong Romeins, worden door de Visigoten flink opgehoogd om de Franken buiten de deur te houden. De Visigoten worden verslagen door de Saracenen, en die op hun beurt weer door de Franken. De Franken stichten veel kloosters in de periode tussen 810 - 825. In die tijd wordt ook een klooster gebouwd op de heuvel ten westen van Conques (al in de middeleeuwen verdwenen).

1000 - 1100 Pas in 1017 wordt voor het eerst melding gemaakt van het kasteel te Conchis. Dat ligt halverwege aan de weg tussen Carcassonne (via Trèbes) en de snel belangrijk wordende kastelen van Cabaret (tegenwoordig Lastours). En ook iets ten zuiden van de kruising met de Romeinse Via Strata, die Béziers met Toulouse verbond (zie kaartje hiernaast). Deze oude weg is in die tijd nog in redelijke staat van onderhoud  en is van belang voor snelle troepentransporten. Het kasteel van Conques is bedoeld als bewaking van dit belangrijke kruispunt. Op het hoogste punt van het dorp staat een wachttoren (gardie) om dit kruispunt in de gaten te houden (waar nu de kapel Notre-Dame-de-la-Gardie staat).

De bedreiging wordt van de Via Strata verwacht. Daarom versterkt men het kasteel aan de noordzijde met dubbele muur en een bolwerk. Dat bolwerk is onze huidige boventuin.

1100-1200 Het dorp ontstaat aan de veilig geachte zuidkant van het kasteel. Het oudste deel, le Priourat, is het deel tussen kasteel, kerk en begraafplaats. Hier zijn de huizen het kleinst en de straten het smalst. Rond 1200 wonen hier ongeveer 400 mensen.

1209-1212 Het zijn roerige tijden. Tijdens de Kruistocht tegen de Katharen (1209-1212) blijft het dorp redelijk ongedeerd; als bezit van de burggraaf van Carcassonne wordt het na diens afzetting en dood gedeeld eigendom van de bisschop van Narbonne en van de Franse kroon. De weduwe van de kasteelheer mag nog tot haar dood in het kasteel blijven wonen, hierna worden de (houten) woonvertrekken afgebroken en is het gedaan met het strategisch belang ervan en van de Via Strata. Conques ligt niet meer op het snijpunt van belangrijke wegen.

1212-1250 Het dorp ontwikkelt zich verder als agrarisch centrum. Het oude dorp bereikt rond 1250 zijn huidige omvang. Na de ontruiming van Carcassonne door Lodewijk de Heilige neemt het inwonertal van de omliggende dorpen, waaronder Conques, fors toe. Rond die tijd wordt ook de eerste ommuring voltooid.

1250 - 1600 Aan het begin van de Honderdjarige Oorlog wordt er stevig gevochten in de Languedoc. Ook Conques wordt in 1352 belegerd, ingenomen en geplunderd door de Zwarte Prins, Edward of Woodstock. In de honderd jaar daarna wordt er nog regelmatig stevig gevochten in de buurt, hetgeen de ontwikkeling van het dorp geen goed doet. Ook de pest houdt stevig huis en de bevolking van Conques loopt sterk terug. Pas halfverwege de zestiende eeuw bereikt het inwonertal weer het peil van rond 1250. Rond die tijd worden er veel huizen vernieuwd en er wordt een nieuwe stadsmuur gebouwd. Hierna breekt de Godsdienstoorlog uit. De Hugenoten nemen twee maal Conques in maar richten in tegenstelling tot veel andere steden en dorpen weinig schade aan.

1600 - 1789 Conques ontwikkelt zich sterk als een regionaal nijverheidscentrum. In het Château des Saptes, net buiten het dorp, wordt één van de grootste koninklijke weverijen van luxe stoffen gevestigd. Het oude dorp wordt te klein en in de 17e eeuw wordt een nieuwe wijk gebouwd op de heuvel tussen het kasteel en de Gardie (rond Rue du Commerce). Het is een welvarende tijd voor het dorp.

1789 - 1900 De bevolking schikt zich morrend naar de nieuwe orde van na de Revolutie. De teloorgang van de nijverheid door internationale concurrentie, met name in de stoffenfabricage, betekent dat de welvaart in het dorp flink terugloopt. Gelukkig zijn er twee ontwikkelingen die vervangende werkgelegenheid bieden: de opkomst van de grootschalige wijnbouw en de industriële exploitatie van de goud- en zilvermijnen in Salsigne, 7 kilometer naar het noorden. Deze ontwikkelingen hebben hun keerzijde: door de afhankelijkheid van slechts één landbouwproduct wordt de schade die de Phylloxera-luis aan de wijnstokken aanbrengt extra hard gevoeld. De exploitatie van de mijn zorgt voor vervuiling van de Orbiel met arsenicum.

1900 - 1940 De twintigste eeuw begint met honger. Na overvloedige wijnoogsten in 1904 en 1905 keldert de prijs voor wijn dramatisch, mede door goedkope import uit Spanje, Italië en de Franse koloniën in Noord-Afrika. Ook wordt er flink gesjoemeld met de wijn door suikerbietensap aan de most toe te voegen. De wijnbouw in de streek stort in, miljoenen mensen komen zonder inkomen te zitten. Dit is het begin van de Révolte des Vignerons. In steeds grotere getale trekken mensen uit heel Zuid-Frankrijk naar departementale en regionale hoofdesteden om het bestuur over te halen om de wijnbouw te redden. Er zijn schermutselingen, er wordt geschoten, er vallen doden. Uiteindelijk zwicht de regering in Parijs: importeren van wijn wordt verboden, versnijden van wijn wordt verboden, de regering garandeert afname van wijn, er komt een instituut dat de export van wijn zal stimuleren. Het is het begin van de AOC's, van het Franse protectionisme, van de marketing die de Franse wijn populair zal maken over de hele wereld. En de redding van de wijnbouw tot op vandaag.

De aanleg van een stroomtram tussen Carcassonne en Lastours in 1906 zorgt ervoor dat Conques steeds meer een forenzendorp begint te worden. Als de trambaan in 1936 de rivier in spoelt tijdens een overstroming wordt deze niet meer opnieuw aangelegd. Autobussen nemen hun rol over.

Ook Conques levert zijn bijdrage aan la Grande Guerre; zie het herdenkingsteken voor de Cave Cooperative.

1940 - 1944 Veel mensen uit Noord-Frankrijk vluchten aan het begin van de oorlog naar het veilig geachte zuiden. Ook in Conques zijn veel vluchtelingen; in ons huis wonen in de oorlog twee gezinnen. Maar ook hier komen de Duitsers, worden de Joden afgevoerd, worden de mannen opgepakt en naar Duitse werkkampen gestuurd, worden verzetsmensen gefusilleerd.

1945 - heden De werkgelegenheid in de wijnbouw neemt af door verregaande mechanisatie. Men begint de oude, vaak vochtige, donkere en tochtige huizen in de binnenstad te verlaten en het verval slaat toe. Het aantal forenzen neemt steeds verder toe; hierdoor raakt het dorp niet ontvolkt zoals zoveel andere. Rondom het dorp ontstaan veel villawijken. Na 1990 neemt de internationale belangstelling voor Franse wijnen af; hierdoor is inmiddels een flinke overproductie ontstaan. Men probeert de overstap te maken van kwantiteit naar kwaliteit, met wisselend resultaat. Het areaal aan wijngaarden begint voor het eerst te dalen. Vooral de kleine wijnboeren, verenigd bij de Cave Cooperative, hebben veel moeite om het hoofd boven water te houden. De laatste goudmijn in Salsigne sluit in 2004 haar deuren. Men vestigt zijn hoop nu op de ontwikkeling van het toerisme. Met de komst van de buitenlanders (altijd les Anglais, waar je ook vandaan komt) wordt er weer geïnvesteerd in het oude centrum.

 

       Parochiekerk Saint-Michel

 

 

                             In rood: de Via Strata. In blauw: de weg van Carcassonne naar Cabaret.
                       In groen: de Orbiel. In zwart: Conques rond 1250. In geel: het
                       kasteel van Conques. In paars: de gardie.

 

                                Het oude dorp. In donkerrood: het donjon en de buitenste ommuring van
                        het kasteel. In helderrood: het bolwerk. In geel: le Priourat. In blauw: de
                        weg van Carcassonne naar Cabaret.

 

                        De ommuring van rond 1550. In geel: nog bestaande structuren.
                        Rechthoeken: plaats van de poorten. De constructie in het noordoosten is
                        de oosttoren met ophaalbrug van het kasteel. In groen (noord):
                        plaats van Lou Vielh Ostal.

 

 

© HvI/RvH- ontwerp naar Kumiko